‘Je bent mooi genoeg’, zegt levensgezel en sleept me weg van de spiegel. Hij heeft gelijk. Niet wat mijn schoonheid betreft, maar dat hij me mee wil hebben naar het feestje waar we een uur geleden al werden verwacht. We zijn notoire laatkomers, onze kinderen hebben we er knettergek mee gekregen. In de tijd dat ze qua transport nog afhankelijk van ons waren kwamen zij dus ook overal te laat en schaamden ze zich rot. Ze groeiden wel uit tot betrouwbare volwassenen en zijn nu uiterst punctueel. Wij daarentegen zijn nog geen haar verbeterd.
Vanavond zijn we uitgenodigd voor een housewarming bij de achterburen. Smoezen als de brug die open stond, de TomTom die in de war was of de lekke band die gerepareerd moest worden kunnen niet worden ingezet. We hebben genoeg andere, maar hopelijk zijn ze niet nodig.
De nieuwe achterbuurman doet open. Hij heeft dichtgeknepen ogen in een in zichzelf gekeerd met grijze stekels bedekt gezicht. Hij praat heel zachtjes en als ik een stap naar voren doe om hem te kunnen verstaan deinst hij achteruit. Zijn vrouw komt erbij staan in de ruime hal. Een compleet ander type: vrolijke ogen, een royale lach boven de zonnebloemenjurk, om haar schouders een dikke stola van energie. Niet het soort mens dat een verklaring verlangt over onze late komst.
Ze hebben een half jaar verbouwd voor ze de nieuwe woning betrokken, het resultaat mag er wezen. De glazen pui die kamer scheidt van hal is al mooi, maar de open keuken beneemt mijn adem. Het keukenblok staat haaks op de muur zodat niemand met zijn rug naar de kamer staat en men tegenover elkaar kan koken. Ik ben stik-, stikjaloers.

’s Nachts word ik wakker met dorst en loop mijn keuken in voor een slokje water. Sinds wij vijf jaar geleden besloten dat mijn moeder’s grote grenen kast de familie niet mocht verlaten kun je in onze keuken echt je kont niet meer keren. Het heeft niets veranderd aan het gedrag van vrienden en kinderen: nog steeds willen onze gasten daar praatjes komen maken als ik de vis ga bakken. En bij mooi weer kiest nooit iemand de route naar de tuin via de openslaande deuren in de woonkamer. Nee, iedereen moet en zal via de keuken en liefst met zijn allen tegelijkertijd. Met regelmaat heb ik gasten ontzet omdat ze klem zaten in de deur naar de tuin. 
Waarom doen mensen dat, dat kun je je afvragen.  Mijn theorie? Dit is een behoefte aan wedergeboorte. Shocking, ik weet het. Je moet dapper zijn om deze waarheid te willen zien. 
Het zit zo: als we ouder worden en het aardse lichaam ons steeds meer in de steek laat, komen de herinneringen aan de eigen kindertijd steeds vaker terug. Bij de meeste mensen zijn die herinneringen prettig: je hoeft in het begin van je leven geen moer te doen en je krijgt toch voedsel, warmte en liefde. Slimme babies nemen het er eens goed van, laten zich de eerste jaren vorstelijk bedienen. Na een jaar of twee gaan ze zich vervelen en ontdekken ze dat ze zelf ook een wil hebben. Leiden is in last, want zonder dat ze het doorhebben storten ze zich in een lange periode van ontwikkelen, creëren, centjes verdienen, relaties beginnen en beëindigen, spullen vergaren.  Als je niet door pech eerder het aardse verlaat breekt onherroepelijk het moment aan dat het allemaal af is. Je hebt bereikt wat je van plan was, je bent klaar. Paniek! Het dessert en de kaas zijn al verorberd, er staat niks meer op het menu. Wat nu?  
Nou kun je natuurlijk doen of er niks aan de hand is, je gaat gewoon dóór. Je verzint een indrukwekkende bucketlist die onmogelijk valt af te werken zodat je leven altijd onvoltooid lijkt. Bij de meeste mensen echter komt onherroepelijk het moment dat ze terugblikken, hun leven nog eens nalopen. Wat hebben ze allemaal gedaan, was het wat? Zouden ze het anders doen als ze nog een keer de kans krijgen? En wat was nu eigenlijk de allerleukste periode? Als mensen dat allemaal overdacht hebben, krijg je dus dat ze zich bij ons in de keuken naar buiten willen wurmen terwijl het overduidelijk niet past.
Ik drink mijn beker leeg, kijk door het deurtje naar de door de maan verlichte acer in de achtertuin en voel me opeens heel vrij. Ik hoef geen andere keuken, deze is precies goed. 

Gepubliceerd door ursulajager

Ursula Jager heeft wiskunde gestudeerd, 33 jaar als manager gewerkt bij veel verschillende bedrijven, heeft 4 kinderen, is getrouwd met beeldhouwer Guido Sprenkels. Ursula schrijft en zingt.