Intercultureel beleefd

‘Moet ik nu alwéér het antwoord geven?’ vraagt de mevrouw vooraan in het klaslokaal die op eigen initiatief al drie vragen heeft beantwoord. Ik lees aan de non-verbale signalen van de workshopleider dat hij bedoelt: ‘Nee, egomuts, ik wil nou eens de kans aan een ander geven.’, maar dat zegt hij niet want hij geeft les over interculturele beleefdheden. Hij is zelf een toppunt van beleefdheid, zelfs bij de antwoorden die overduidelijk hartstikke fout zijn zegt hij: ‘knap gevonden!’

Een nuttige workshop over een ingewikkeld onderwerp. Ik zit hier met zeker dertig andere taalmaatjes, allemaal vrijwilligers die buitenlanders helpen met hun Nederlands. Vanmiddag leer ik dat er twee redenen zijn om beleefd te doen en die zijn universeel. Men wil tegemoet komen aan de behoefte van de ander om 1. aardig gevonden te worden en 2. zelf de eigen acties te bepalen. 

De mate waarin aandacht wordt besteed aan het aardig gevonden worden of aan de autonomie is juist cultureel bepaald. Zo besteden we in Nederland vooral aandacht aan de autonomie behoefte. We houden er niet van een gunst aan iemand te vragen omdat de ander het vast moeilijk vindt om nee te zeggen. Hiermee beroven we diegene eigenlijk van zijn vrijheid. Als we toch iemand om een gunst moeten vragen proberen we de gunst zo klein mogelijk te laten lijken. We zijn dol op verkleinwoorden en op ‘even’ en ´eventjes’. Verder kleineren we onszelf om de ander zo gunstig mogelijk te stemmen na zijn vrijheidsberoving. Zoiets als ‘Ik ben gisteren een beetje dom geweest in het casinootje, nu zit ik wat krapjes. Wil je even een ruggetje op mijn rekeningetje storten?’

De workshopleider breidt onze kennis uit met de beleefheidsdriehoek. Nederlanders communiceren vooral lineair-actief, dat wil zeggen direct, feitelijk, zonder lichaamstaal waarbij luisteren en praten gelijk opgaan. Dit kan ik nog volgen. Maar dan wordt het ingewikkelder. In Spaanstalig Amerika wordt vooral multi-actief gecommuniceerd. Hierbij is het een en al lichaamstaal, gevoel en emotie wat de klok slaat en wordt er meer gesproken dan geluisterd! Dat kan alleen als iedereen door elkaar heen zit te toeteren, maar kan ik me ook nog iets bij voorstellen. 

Maar dan komt het. In Vietnam wordt vooral reactief gecommuniceerd met zeer subtiele lichaamstaal, alle conflicten vermijdend waarbij er meer geluisterd wordt dan gesproken! Mijn hersens gaan op slot. Dit betekent dat men in Vietnam luistert naar niets!  

Toevallig ben ik er een paar jaar geleden geweest en één ding is zeker: ze hebben geen tijd om naar niets te luisteren. Wel houden de Vietnamezen graag hun helm op bij alles wat ze doen. Ik kan me voorstellen dat het gehoor dan niet optimaal functioneert, maar dat is weer een andere kwestie.

Ik zit dus nogal verdwaasd in de workshop na deze informatie als de leider het interactieve deel aangekondigt. We moetenen eerst onszelf scoren op de driehoek en vervolgens onze taalbehoeftige. Hierna zijn de moeilijkheden tussen ons en de taalvragers duidelijk en komt de vraag hoe we dit oplossen. 

Dit is al een lastige opgave, maar dat is nog niets vergeleken bij het uitwisselen van onze scores in een klein groepje. Ik zit aan een tafel waar ik compleet genegeerd word. De anderen zitten tegen elkaar op te snoeven over hun aanpak met hun taalvragers. Ze komen niet op het idee mij naar mijn scores te vragen, laat staan dat ze informeren hoe ik daar dan mee omga en of ik nog tips voor ze heb. Ik voel me totaal niet aardig gevonden. Waarschijnlijk is dat de reden dat ik me zeer autonoom ga gedragen en dwars door hun gesprek heentetter: ‘Zo, ik heb dus twee taalvragers en die zijn compleet verschillend van elkaar.’ Razendsnel schuif ik mijn driehoek naar voren waarin ik grote pijlen en uitroeptekens heb gezet. Het lukt me om drie zinnen aan het woord te blijven voor ze het gesprek weer overnemen, koekkruimels op mijn driehoek strooien en  doen of ik niet besta. Ik weet weer waarom ik taalmaatje geworden ben en dat is niet om mensen te leren Nederlandse gewoonten over te nemen. 

Brummies

Birmingham romantisch? Is het niet hypermodern, hip-industrieel, een stad om te werken? Zeker, dat ook. Maar er is meer.

Vlak naast ons appartement ligt een ader van de oudste infrastructuur van Birmingham: een kanalennetwerk van 160 kilometer. Hoewel economisch niet meer nodig, wordt het in uitstekende conditie gehouden. De kanalen zijn zo smal dat alleen speciaal gebouwde boten (de ‘narrowboats’) er doorheen kunnen. Om de dertig, veertig meter is er een handbediende sluis, het is dus een heleboel werk om je per boot te verplaatsen. Gelukkig zijn er voetpaden langs de kanalen voor een idyllische wandeling die wordt afgewisseld door licht en donker. Soms moet je een stukje bijna op je knieën kruipen omdat de bruggen zo laag zijn. Soms kun je toch niet verder en moet je met een trappetje omhoog voor een stukje op de straat om verderop weer af te dalen naar het niveau van het water. 

We volgen de kanalen tot het City Center Park, waar we de door de bloemen half verstopte stelletjes het minnekozen liever niet willen beletten, maar als we zelf een plekje willen moeten we wel. Bij wie zullen we eens op de lip gaan zitten? B wijst anderen aan dan G en die wijst weer anderen aan dan ik. We lopen aarzelend rond van bank naar bank en verstoren zo de vrijerijen van álle Brummies.

Via China Town met aanprijzingen van de nieuwste hit onder de thee (groene thee met een topping van gesmolten zouten kaas), lopen we door naar de Library van Birmingham dat meer te bieden heeft dan het uitlenen van boeken. Op de zevende verdieping is een secret garden waar heftig naar kruiden ruikt. Er zijn wel twintig knuffelbanken, hier met uitzicht over de hele stad.  Op de negende verdieping vinden we een memorial kamer met vroege uitgaven van Shakespeare. We kunnen koffie drinken en spelletjes doen, met de roltrap heen en weer of een stukje in een glazen lift. 

Voor de bibliotheek staat een manshoog beeld van twee zwangere vrouwen met drie peuters. Ze staan symbool voor het gezin dat van de Brummies niet traditioneel hoeft te zijn qua samenstelling. Voor het beeld is een plein waar hoge waterstralen recht uit de grond komen. Waar en wanneer kun je niet voorspellen. Ouders trekken hun kinderen zoveel mogelijk kleren uit en laten ze over het plein rennen. Een heerlijk spel, het water blijft ze verrassen en ze worden zeiknat. Precies achter dit waterspeelplein werken zo’n zestig mannen in oranje pakken aan de fundering van weer een nieuw gebouw. Een wonderlijk gezicht, de grond waar ze werken ligt dieper dan het fonteinplein waardoor de oranje werkers kleiner lijken dan de kinderen. 

Op het Victoriaplein kijkt de kuise koningin vanaf haar hoge sokkel net langs  ‘The Floozie in the Jacuzzi’, het vrouwelijke naakt in de fontein met de ondeugende ogen. Er zijn maar liefst twee demonstraties gaande, een grote over het recente onrecht in Kashmir en een kleine over de slechte behandeling van de daklozen. De aanvoerders van beide groepen zetten een soort chants in door de microfoon die snel worden overgenomen en samen tot een ritmisch geheel leiden. We lopen een stukje met de Kashmirs mee voor we afbuigen naar links voor een bezoek aan de Back to Backs. 

Eerst passeren we nog een pleintje waar de bekende gestreepte ligstoelen netjes in rijen van tien zijn opgesteld voor een groot scherm. In de stoelen liggen kinderen met hun moeders en moeders. Op het scherm beleven kleine poppetjes een angstig avontuur, maar wij lopen door naar het kleine stukje Inge Street met rijtjeshuizen rond een hofje dat in de oorspronkelijke staat wordt gehouden. Je kunt er zien hoe arbeiders leefden in de 19e eeuw. In het laatste huisje is een winkeltje waar je snoepjes kunt kopen die al honderden jaren zo worden gemaakt. De vrouw achter de toonbank ziet eruit als Elphaba van Wicked. Voor ons is ze bereid de regel (‘één snoepsoort per zakje’) aan haar laars te lappen als we het aan niemand doorvertellen.

‘s Avonds in Brindley Place voel ik opluchting. Hier zijn genoeg gezellige pubs, restaurantjes, night clubs met live muziek om het maandenlang leuk te hebben voor een negentienjarige. B is stomverbaasd als ik het vertel. Hoezo had ik getwijfeld dat ze het wel leuk gaat hebben? Leuk hebben heeft niets met de gezellige pubs te maken. Leuk hebben heeft te maken met de mensen om je heen en leuke mensen vind je overal. Dan bedenk ik me nog iets anders. Wie zou de ervaring willen missen de Brexit van binnenuit mee te maken, verkerend in een academische omgeving terwijl je world politics studeert? 

Morgen nog het veelgeprezen Birmingham museum en de botanische tuinen, maar dat zijn toetjes, niet echt meer nodig. Ik ben gerustgesteld.

Lady Barber

‘Have you contacted the police?’, vragen we aan de man naast ons. We zijn niet de enigen die naar de grote vlammen kijken, sommigen staan op straat, anderen blijven in hun auto zitten. Het is erg stil, waar blijven de sirenes? Een jongen en zijn vriendin willen nog dichterbij, ze passeren de twee wachtende auto’s voor ons. Op hetzelfde moment steekt er uit elk van de auto’s een hand met een halt-gebaar. Iemand brult: ‘This is being filmed!’


We zijn nu een halve dag in de, op een na, grootste stad in het UK. We beginnen ons driedaagse bezoek op de campus van de Universiteit van Birmingham. Dit is het echte doel van onze vakantie: kijken waar dochter B zich een semester lang gaat verrijken met kennis, met nieuwe ervaringen, met een tijdje los zijn van pa en moe en van andere vertrouwde elementen in haar leven.


Ik dacht geen speciale verwachtingen van de campus te hebben, maar dat is een illusie, want ik ben aangenaam verrast. De gebouwen op het groene terrein zijn in verschillende periodes neergezet, toch vormt het een passend geheel. Het centrum van de campus is gemakkelijk te vinden, want waar je ook bent, torenklok ‘Old Joe’ is altijd te zien.

Het nieuwe collegejaar is nog niet begonnen, het is nog rustig. Zo kunnen we alle doorkijkjes naar de grasveldjes en binnentuinen goed bekijken. Twee Aziatische meisjes in zwarte graduation cap en gown poseren voor een fotoshoot. We komen ze telkens weer tegen, in nieuwe poses en op andere plekken.

We lopen de music hall in en bekijken de concertzaal en de programmering van concerten voor het komend semester. Muziek is een van de redenen waarom B enthousiast is over studeren in deze stad.
Nog één gebouw te bekijken: het Barber Institute of Fine Arts, iemand bij de ingang wenkt ons. Nou vooruit, we willen best nog even bekijken wat de studenten hier bij elkaar knutselen. Blijkt het institute te beschikken over topstukken. Frans Hals, Jan Steen, van Gogh, maar ook werken van Matisse, Monet, Manet, Degas, Rodin. Lady Barber heeft haar erfenis in de jaren dertig gebruikt voor het verzamelen van deze werken ter inspiratie voor de studenten. 

Ons bezoek staat een beetje onder druk door Souhail die ons een appartement verhuurt en me bestookt met appjes of we snel willen komen. Het contact met haar verloopt niet echt soepel, eerst wil ze dat we zo laat mogelijk komen omdat ze moet werken en nu is ze er zelf opeens eerder en jaagt ze ons op.

We rijden toch eerst even langs het huis waar B vanaf zondag gaat wonen. We kunnen er nog niet in, maar het is leuk alvast de buurt te zien. Als ze geen tijd heeft om te koken kan ze naar de Hurry for Curry en het is vast slim om goede vrienden te worden met de scrupuleuze fietsenmaker op de hoek. Hij heeft een bordje dat hij geen gestolen spullen koopt.

B’s kamer kijkt uit op een Baptistenkerk waar iedereen welkom is. Om de hoek zit een moskee. Mocht ze nog spirituele belangstelling ontwikkelen, in deze buurt is er keuze genoeg.

Souhail blijkt geen vrouw, maar een man te zijn. Mijn conclusie is dat hij de verhuur van het appartement er niet bij kan hebben in zijn leven. Het ziet eruit alsof hij in grote haast de schoonmaak heeft gedaan, het onderlaken hangt nog nat aan de deur en er is maar één handdoek. Hij gaat er niks voor ons bij regelen want daar heeft hij geen tijd voor en als dat betekent dat we zijn gebladderde appartement niet willen, kunnen we er nog vanaf, dat kan hem niets schelen. Dat laatste is bluf, maar zijn machtsinschatting dat wij geen zin meer hebben om iets anders te zoeken, is juist. We accepteren de situatie, ik krijg een slap handje en Souhail gaat er als een haas vandoor.


Lang geleden is door iemand een poging gedaan het hier gezellig te maken met rode bloemengordijnen en nepeiken bordjes met teksten als ‘Home is where the heart is’, ik denk van Souhail’s verloren liefde. De vorige huurders zijn in grote haast vertrokken, ze zijn hun fles Bacardi in de ijskast vergeten. We zetten onze fles cola er maar naast, wie weet wordt dat nog wat.


Birmingham is, net als Rotterdam, grotendeels platgebombardeerd in de oorlog, er zijn niet zo heel veel oude wijken die het hebben overleefd. Daarom is de serie Peaky Blinders, die gebaseerd is op een bestaande jaren-twintig-bende uit deze stad, voornamelijk opgenomen in Liverpool. Birmingham is een heel eind met het ophippen van oude industriewijken, ze hebben duidelijk uitstekende architecten in dienst genomen om ze daarbij te helpen.

Vanavond bekijken we het spectaculaire Grand Central. Aan de buitenkant de organische vormen in spiegels die naar beneden lijken te druipen, aan de binnenkant het plafond met de groene alien-ogen. Het is verbonden met het moderne winkelcentrum ‘Bull Ring’ waar we nog tot laat handdoeken kunnen kopen.


De bediening in het Japanse restaurant is professioneel en erop gericht het ons naar de zin te maken. We denken weer aan Sohail en beramen alvast zure reviews. Alsof hij het voelt stuurt hij nog een huilie-huilie app met ´sorry’ zonder verder een enkele handreiking. Als we eraan denken schrijven we misschien iets aardigs over de wifi, want eerlijk is eerlijk, die hebben we nergens zo goed gehad.

Rechts, links

‘Rechts houden, rechts houden!´, schreeuwen mijn vader en de moeder van vriendinnetje J. Het is zeven uur ‘s ochtends, meer dan vijftig jaar geleden, ik trap me warm op weg naar zwemles en doe mijn uiterste best mijn stuur recht te houden. Een hele tour nog op mijn oranje vouwfiets, ik krijg de volwassenen dan ook niet tevreden.

‘Links houden, links houden!’, schreeuwen B en G. O ja! Mijn verkoudheid is nog niet voorbij, ik kan mooi Lemsip de schuld geven dat ik in de war raak van de regels in het UK. Op de roltrappen en op de stoep moeten we juist aan de rechterkant blijven, op de weg weer links. Charmant, maar onpraktisch. 

Fietsverhuurder Rocky van City Bike Hire raadt onze nationaliteit als we de helmen afslaan. Hij waarschuwt ons vervolgens voor de remmen die veel strakker zijn afgesteld dan wat we in eigen land gewend zijn. Aardige vent, Rocky, hij roept ons tips na over hoe we kunnen afdingen in deze keurige stad. Geen overbodige luxe, want je moet voor bijna alle bezoekjes flink in de buidel tasten. Zelfs om de kerktoren van de St. Mary’s te beklimmen moet je vijf pond neerleggen. Ik heb daar iets tegen, betalen voor iets dat me een flinke fysieke inspanning kost.

Op de fiets kunnen we makkelijk de colleges, kerken en zandkastelen van Cambridge bekijken zonder moe te worden. Bovendien is er tijd voor een picknick aan de Cam met koekjes van Ben, een nieuwe hype. Gedienstige vaders van alle nationaliteiten huren een grote roeiboot, laden hun vrouw en kinderen erin en punteren de rivier af. Dit gaat al honderden jaren zo en als de Cam blijft bestaan, zal dit vertier er ook zijn.

Later op de dag klinken we de fietsen vast aan het hoofdgebouw van King’s College en drinken we cappuccino op het plein met de markt. Twee jongens met vriendelijke gezichten proberen wat geld te verdienen. De ene tolt rond in een brede hoepel, waarschijnlijk heeft hij zich gek geoefend, maar het ziet er verbazend gemakkelijk uit. De ander doet goocheltrucs die steeds net mislukken. Hij blijft het maar proberen, ik word er ongemakkelijk van. Misschien is dat wel de truc, hij haalt duidelijk het meeste geld op.

In de winkel van de oudste uitgeverij ter wereld ‘Cambridge University Press’ ligt  ‘A Concise History of the Netherlands’ van James Kennedy in de etalage. Er is een zomeraanbieding, je kunt het kopen met 30% korting. Het doet me goed als ik zie dat de aanbieding geldt voor álle Concise Histories.

De universiteit van Cambridge is ontstaan door onvrede van de studenten in Oxford over riots ´between town and gown’. Niet zo gek, want de studenten konden zich allerlei vrijheden veroorloven en misdaden begaan omdat de Kerk ze toch steeds de hand boven het hoofd hield. In 1209 is de situatie flink uit de hand gelopen toen een clerk (zeg maar werkstudent) een vrouw had vermoord en op de vlucht was geslagen. In opdracht van King John, die ruzie had met de kerk, zijn een paar andere, onschuldige clerks zonder enige vorm van proces opgehangen. Naar verluidt hebben drieduizend studenten en professoren in Cambridge een nieuw onderkomen gezocht, hopend op een meer ingetogen en minder emotionele sfeer in dat toen heel kleine dorpje. IJdele hoop, want al snel waren er ook in Cambridge problemen, maar vandaag de dag komt de stad wel onverstoorbaar over. We merken bijvoorbeeld niets van de commotie over het prorogue-voorstel van Boris. Waren we nog in Londen geweest dan waren we waarschijnlijk meegesleurd in de optochten of waren we minstens weer op een teaparty uitgenodigd om te discussiëren.  

We komen thuis met boodschappen en rekenen op een rustige avond sport kijken. Tegenover ons appartement  is een veld waar een onbegrijpelijk spel wordt gespeeld, misschien is het zojuist spontaan ontstaan, misschien wordt het al eeuwenlang serieus beoefend in deze contreien. Er komen een hoop oranje pylonen en frisbees aan te pas, de spelers moet heel hard hollen en o wee als ze vergeten links te houden, dan moeten ze aan de kant en mogen ze geruime tijd niet meer meedoen. Pedagogisch lijkt me dit volslagen onverantwoord. 

Lemsip

De Britten hebben fantastische drugs. Ze verkopen pillen met meervoudige werking voor als je erg verkouden bent. Het helpt én tegen hoofdpijn met lichaamspijn én tegen geblokkeerde neus én tegen rauwe keel. De  strips zijn overzichtelijk, je slikt per etmaal één lijntje dat bestaat uit drie pillen voor overdag en een voor de nacht. Ik laad mijn boodschappenmandje vol met de tweekleurige capsules van Lemsip en neem nog vóór het betalen mijn eerste in. Nu ben ik nog steeds verkouden, maar ook geïnspireerd voor het leven. Ik heb zin om kinderboeken te schrijven en liedjes en ik denk dat de aarde een pannenkoek is.

We dienen om elf uur onze studio in Hampstead te verlaten. Onze plannen om nog een keer naar de stad te reizen voor Tate Galeries laten we varen, ik ga de Oyster kaarten refunden bij het metrostation en keer terug met een halve kilo munten. We loodsen de auto uit de geheime parkeerplek en rijden naar onze eindbestemming voor vandaag: Cambridge. 

‘Visit Therfield Heath for magnificent views’, ik weet niet meer waar ik het gelezen had, maar ik stel voor bij Royton de snelweg te verlaten. In het Heath Café Restaurant kunnen we een eenvoudige lunch bekomen. 

Een Engelser setting kan ik niet bedenken. Twee blonde, zorgvuldig gestylede vrouwen aan de gin tonic, aan het gelach te horen bespreken ze hun liefdesleven. Drie ladies op leeftijd met witte hoeden op aan de thee met scones. Vóór het terras probeert een moeder een halve klas basisschoolkinderen meegebrachte boterhammen te laten eten. Dit alles aan de voet van groene heuvels waar gecricket, gerugbyd en gegolfd kan worden. Gelukkig was het buiten toch nog net iets koeler dan binnen. Ik wandel zelfs naar boven om te kijken of het nou wel waar is van de magnificent views. 

Het duurt even voor we ons nieuwe onderkomen vinden, maar dan hebben we ook wat. De Indiase eigenaar legt net persoonlijk de laatste hand aan de schoonmaak. Zwetend en onverstaanbaar legt hij ons systematisch uit hoe alles werkt. We doen een paar pogingen hem te volgen en vertrouwen er dan maar op dat we er zelf wel achterkomen. Het appartement heeft diepe vensterbanken, heerlijk vind ik dat. Ik doe onmiddellijk mijn koffer open en begin mijn spullen uit te stallen, ik voel me prettig als ik overzicht heb en alles in één klap zie liggen. Ik hoor levensgezel G zuchten, hij is van de stapeltjes, voor hem betekent orde geen zooi in het zicht.  

Centrum Cambridge, één groot decor voor een trage film met lange dialogen. Kerken, universiteitsgebouwen, bibliotheken, kloosters, alles eeuwenoud en goed geconserveerd. We zijn gelukkig nog steeds niet verzadigd, we blijven blij verrast na het omslaan van elke hoek. De Engelsen zelf vinden dit doodgewoon, ze zetten niet eens spots op hun gebouwen, ‘s avonds is het hier zo donker als in de middeleeuwen. Het publiek is anders dan in Londen en Brighton, minder lgbtq, de mix van jong en oud is meer gelijkmatig, het tempo ligt lager. Op de grond naast King’s College Chapel is een zwerfster alvast in haar slaapzak gekropen. Haar grijze haren zijn netjes gekamd, ze is halverwege ‘Theory and Reality’.

De wereld is een pannenkoek en ‘s nachts droom ik van een stapel vensterbanken. Er zitten deurtjes voor. 

Wicked

‘One thing is certain’, begint het betoog in het British museum over waarom het goed is dat de overgebleven beelden van het Parthenon in Londen en in New York worden bewaard. Er is nog steeds een hoop te doen over de kunstroof van Lord Elgin in het begin van de 19e eeuw. Daarom heeft het British museum een bord opgehangen met drie redenen waarom Elgin de wereld een dienst heeft bewezen: 1. hij heeft voorkomen dat er nog meer beelden verloren zijn gegaan, 2. de beelden kunnen nu op ooghoogte bekeken worden, 3. de beelden worden in Londen tentoongesteld in het brede perspectief van andere oude beschavingen. Waarom de Grieken niet bij machte zijn dit alles zelf te regelen staat er niet bij. 

Melina Mercouri heeft in de jaren tachtig als minister van Cultuur veel tijd gestopt in het terug krijgen van de ‘Elgin marbles’. Ze had een hoop om in de strijd te werpen, toch is het haar niet gelukt. Misschien hadden de Britten het te druk met de onderhandelingen met China over Hong Kong, ik kan dat niet achterhalen. Wel weet ik dat Melina vóór haar dood in 1994 een persoonlijke wedergeboorte heeft beloofd als de beelden ooit terug worden gegeven aan Griekenland. Wat zal daar een hoop magie voor nodig zijn, vooral voor het overhalen van de Britten.

De kilometers langs de Tower bridge, de Tower of London en st. Paul’s Cathedral zijn langer dan ergens anders. Misschien ligt het aan het omrekenverschil naar miles, misschien aan de hoge temperaturen, misschien aan mijn verkoudheid. Ik denk eigenlijk dat het ligt aan de historie waarin de onrechtvaardigheden zich zo hebben vastgezet in de stenen dat het ons dwingt af en toe ergens lang bij stil te staan. Pubs als ‘Hung, Drawn & Quartered’ helpen een handje mee. 

Als het echt goed heet wordt denken we te kunnen ontsnappen in de koelte van de zalen waar toch zeker de mummies en de steen van Rosetta goed geconserveerd moeten blijven. Een misrekening, ín het BM is het nog warmer dan buiten. Er is zoveel moois te zien dat we dit natuurlijk dapper doorstaan. We zijn drie uur in het museum geweest voor het sluit en wij een parkje kunnen pikken om bij de komen. 

Ah, we zien iets heerlijks, groen met eeuwenoude schaduwbomen waar mensen onder liggen. We volgen het hekwerk tot de ingang. Het is gesloten, er hangt een bordje dat je een member moet zijn met een sleutel. Geen nood, verderop is een openbaar parkje waar het gemene volk ook mag liggen. Veel tijd hebben we echter niet meer, om zeven uur moeten we in het Apollo Victoria Theatre zijn. Vanochtend om tien uur ging het virtuele loket voor ‘rush tickets’ open, er waren nog twaalf plaatsen tegen gereduceerd tarief. B en ik zaten klaar met onze mobieltjes en slaagden er allebei in een kaartje te bemachtigen. We verheugen ons op de show en, eerlijk is eerlijk, ook op de koelte van zo’n groot theater met vast een hoog plafond waar de warmte mooi naartoe kan stijgen. 

Ik zit naast een man die te groot is voor een theaterstoeltje en ook een beetje op die van mij moet. Iedere keer als ik moet niezen veer ik terug tegen zijn zachte zijkant. Het deert me niet, ik ben tweeëneenhalf uur lang volledig in de ban van twee heksen. De cast rent zich rot over het toneel in steeds andere spetterpakjes, tegen nieuwe decors in felle kleuren. Iedereen kan fantastisch dansen en zingen, maar alles is ondersteunend aan het uit de verf laten komen van Glinda en Elphaba met hun operastemmen en meesterlijke mimiek. 

In de pauze maak ik toch een plan met B om niet meer naast de grote man te hoeven zitten. Door hem en zijn vrouw mijn plaats aan te bieden moet ik aansluiten aan de achterkant van het echtpaar en kom ik dus naast de vrouw te zitten. Helaas heb ik er geen rekening mee gehouden dat de man ook iets had verzonnen. 

‘Now it’s your turn to sit next to that sneezing woman’, heeft hij vast tegen zijn eega gezegd en stelde voor met haar te ruilen. Onze twee plannen samen maakten dat ik wederom naast de man zat. 

We zijn heel goede vrienden geworden. Na afloop van de show bij het toejuichen van de spelers heb ik hem zelfs een kontje gegeven zodat hij Glinda beter kon zien. Een van mijn minder goede ideeën. 

Engelse les

‘If I may make a suggestion….’

Britten houden van uitleggen, het zijn geboren docenten. Dat weet ik nog van vroeger toen ik hier vaak voor mijn werk moest zijn. Ze doen geen onderzoek of je het wilt weten, ze beginnen gewoon. Het is niet veranderd, alle gesprekken die ik afluister zijn verkapte lessen. Wat je ook doet, of je nou een handstand maakt, een tekst van een liedje zingt, de letters uitbeeldt bij het nummer ‘YMCA’, er komen beleefde suggesties voor verbetering. Ook als de situatie om ander gedrag vraagt, kiest de Brit voor doceren. Vandaag waren we getuige dat een vrouw haar man verliet voor een ander. Bij de confrontatie ging de afgedane echtgenoot niet op de vuist met zijn rivaal, hij ondernam ook geen poging zijn vrouw alsnog te behagen. Nee, hij koos ervoor zijn opvolger voor te doen hoe hij beter met haar kon dansen!  

Camden Town is een soort geïmplodeerd Brighton, het is vegetarisch, vintage en hip en alles zit heel dicht op elkaar. Ik herinner me hoe ik als dertienjarige met vriendinnen op het Hobbemaplein in Den Haag in de rekken zocht naar dat precies dat ene omabloesje. Er is nog niks veranderd, maar nu gaat het wel om ónze oude bloesjes die de jongeren door hun handen laten glijden. G vindt zijn cowboylaarzen uit de 70’s terug en trekt ze aan. Ze staan hem nog steeds, toch koopt hij ze niet. Om Camden Market heen loopt het Regent’s Canal waar je de drukte kan vermijden met een wandeling of een boottochtje. We blijven hier veel langer dan we hadden gepland omdat het zo gezellig is en blijven ook nog lunchen omdat het overal zo lekker ruikt. 

Het is bank holiday, de meeste Engelsen hebben morgen vrij. Er is geen religieuze achtergrond voor dit lange weekend, het werd honderdvijftig jaar geleden ingesteld om de Britten in de gelegenheid te stellen van de zomer te genieten. Dat doen ze nu nog steeds, ze genieten van het mooie weer in Camden Town, ze genieten in Regent’s Park waar ze op de gestreepte strandstoelen luisteren naar de koperen Big Band van Carter die evergreens heeft ingestudeerd. We doen net of we ook een bank holiday hebben en gaan erbij liggen.

We zijn lui, het wordt later en later, er is genoeg te zien in het park. Vlak  voor ons doen een jongen en een meisje aan partner-yoga. Hij ligt op zijn rug met zijn benen recht omhoog, zij slingert die van haar eromheen en steekt de rest van haar lichaam als een zwanehals de hoogte in. Haar armen dramatisch uitgestrekt naar de hemel, haar gezicht juist ingetogen. Een wild enthousiaste fotograaf moedigt ze aan in het aannemen van nieuwe spectaculaire houdingen. 

Uiteindelijk rukken we ons los, slenteren naar Baker Street en ontdekken en passant het woonhuis van Sherlock Holmes. Een goede reden om de hete metro nog even uit te stellen waar de passagiers na elke ‘mind the gap’ worden aangemoedigd slokjes uit hun waterflesjes te nemen. Uiteindelijk laten we ons wel afzinken via de steile roltrappen want we willen naar South Bank, de uitgaansstreep langs de Thames met de London Eye. 

Het is heerlijk bij de rivier, we drogen op door het briesje dat lijkt op te stijgen uit het water en kijken een poosje naar mensen die de Tango leren. We lopen de Waterloo brug op om de verlichte st. Paul’s Cathedral nog beter te kunnen zien en duiken dan een van de food courts in. De hitte heeft ons onze trek afgenomen, maar ik krijg het terug als ik zie dat ik Morning Glory kan krijgen. Het meisje achter de toonbank legt uit wat er allemaal inzit. Dat weet ik allang, maar ik hum en knik verheugd tot ze helemaal klaar is. Waarom niet? Ze is lief, het is bank holiday, ik heb de tijd.

Soho enzo

‘The immigrants can go to France and perhaps to Italy if it’s not yet full.’ De jonge Brexiteer plukt aan zijn grijze joggingpak als hij antwoord geeft op mijn vraag waar de vluchtelingen dán naartoe moeten. Hij ha0 er nog niet eerder over nagedacht, geeft hij ruiterlijk toe. En ik geef ruiterlijk toe dat het makkelijk is dit soort vragen te verzinnen voor mijn gesprekspartner die duidelijk gewend is zaken te beschouwen vanuit slechts één perspectief.

We zijn uitgenodigd op de thee op het grasveld voor het House of Parliament. Een handvol voorstanders van de afscheiding wil graag in gesprek met andersdenkenden. Ze hebben drie kinderen bij zich die crumpets besmeren en kopjes inschenken. B en G gaan in gesprek met de hoofdronselaar. Ik zit op het gras naast Albert, die me vertelt dat hij de controle weer terug wil krijgen en zelf wil bepalen wie de UK ín mag. Dat zijn alleen mensen die de juiste skills hebben om iets toe te voegen aan hun economie. Als de Brexit achter de rug is, wil hij best doorgaan met het adviseren van de EU en het exporteren van producten die het vasteland niet zelf kan maken. Een gevoelige jongen, Albert. Hij is oprecht geschokt dat hij en zijn gelijkgestemden door de media wordt neergezet als een racist en antidemocraat. 

We willen de discussie graag afsluiten met een ‘agree that we disagree’, maar dan slaat de stemming om. Er is een fanatieke dame bij die buitengewoon teleurgesteld is dat ze ons niet heeft overtuigd dat de EU ondemocratisch is. Ze beticht ons van kortzichtigheid, gebrek aan intelligentie en tekort aan kennis. B maakt er korte metten mee. 

We gaan door met onze geplande sightseeing langs Westminster Abbey waar Harry niet met Meghan wilde trouwen, het plein van de Dean waar we de kauwgom uit de mond moeten halen, de Big Ben die zo stevig is ingepakt dat we niet kunnen zien hoe laat het is, het parlementsgebouw waar de members het volk inspireren met verheffende discussies, Buckingham Palace waar Elisabeth niet thuis geeft,  Piccadilly Circus waar uitbundige vrouwen op een bachelor party dansen in een dakloze dubbeldekker, Trafalgar Square waar bordjes laten zien hoe je het beste van de leeuw kunt afvallen. En overal op straat wordt muziek gemaakt, toegankelijk en van hoge kwaliteit.

We hebben een ruime chill nodig voor dit alles en huren een gestreepte ligstoel in St. Jamespark. Gek, met het verstrijken van de tijd worden steden in mijn gedachten steeds kleiner tot ze gekrompen zijn tot een Nederlands formaat. De grandeur van Londen overweldigt me daarom alsof ik hier voor de eerste keer ben. Al die immense gebouwen, de bronzen beelden voor al die Britse helden, de brede lanen en uitgestrekte pleinen. Wat wonen wij zelf eigenlijk in een petieterig frummellandje. Zelfs Rotterdam biedt slechts een fractie van waar hier maar geen einde aan lijkt te komen: ruimte, lef en grote hoeveelheden oud geld. 

We hebben nog anderhalf uur voordat de National Gallery sluit, we moeten keuzes maken. We gaan vastbesloten voor de Engelse Turner en zijn landgenoten, onze eigen meesters hebben we vorige week nog in Den Haag gezien. We doen ons best, maar na een half uur kijken we zenuwachtig op onze horloge. Ze hadden toch Rembrandts, Halzen en Vermeren hangen? Snuffelend als Engelse whippets gaan we op zoek naar de echte werken. In zaal 16 kunnen weer gerust ademhalen bij de portretten van Saskia en Hendrickje Stoffels. In sommige opzichten is ons pieplandje superieur en al gaat het om glorie uit het verre verleden, dat vind ik toch lekker. 

De avond is voor Soho waar de hipste vrouwen lange jurken dragen, moslim families zich laten vervoeren in glitter-riksha’s met keiharde discomuziek, het percentage lgbtq-kroegen nog hoger is dan in Brighton. Het is prachtig weer, iedereen die niet naar het theater gaat staat buiten op straat met een glas in zijn hand. Vanavond krijg ik mijn Indiase thali waar ik al dagen trek in heb. B en G vergapen zich voor de Harry Potterwinkel met originele brieven geadresseerd aan de Ligusterlaan nummer vier, kamer onder de trap. Op het vrouwentoilet wordt ik op het verkeerde been gezet door de reclame voor ‘Giggle knickers’, maar het gaat om een uitkomst voor vrouwen met verslapte blaasspieren.

Het fijne van reizen in een ander land is dat we elkaar in de eigen taal op van alles kunnen attenderen. Soms, als het Engelse woord te veel op die van ons lijkt, spel ik het voor de zekerheid uit. In de metro naar huis, (mijn lievelingslijn, de Jubilee), vraag ik aan B : ‘Heb je de look-alike van de jonge P A U L  M C C A R T N E Y gezien?’ 

‘Dank u, mevrouw’, zegt de jongeman naast haar. Hij spert zijn ogen nog verder open en speelt even luchtbas. We moeten dan nog drie haltes met hem reizen voor hij uitstapt bij Finchley road, net als wij. 

Hampstead Heath

‘Are you suicidal, dear?´ Onze logee van Britse komaf leek oprecht benieuwd eerder deze zomer toen wij onze vakantieplannen ontvouwden. Ze vond het ‘absolutely crazy’ om haar geboorteland in een auto te bezoeken. Wij weten haar reactie aan een lang verblijf in West-Australië waar niet genoeg mensen wonen om elkaar in de weg te zitten. Ze is natuurlijk niks meer gewend, dacht ik nog.

Vandaag herinnerde ik het me weer toen we zes uur deden over het afleggen van een afstand van honderd kilometer. Net als op het vasteland onderhouden de Britten hun wegen in de zomer als ze zelf in Zuid-Europa zitten. De Engelsen zelf nemen de borden ‘No hard shoulder for the next 350 miles’ serieuzer dan de breedte van de slordig afgemeten tweebaanswegen.  

Vanochtend leek het zo’n goed idee, even langs Windsor rijden. Een kleine detour voor we aankomen in South Hampstead, moet kunnen, koningin Elisabeth doet dat immers elk weekend. Uiteindelijk hadden we geen tijd voor een rondleiding door haar favoriete paleis en hebben we alleen de buitenkant gezien. In het kort: het is echt achterlijk groot en duizend jaar is lang genoeg voor belangrijke historische gebeurtenissen. Zo werd op een van de weilanden van Windsor op 15 juni 1215 de Magna Carta ondertekend. De Engelse koning Jan zonder Land moest wel want anders hadden zijn eigen baronnen hem de oorlog verklaard. Jan was te lang slordig met zijn macht omgesprongen. In de Magna Carta werd de koninklijke macht ingeperkt en werden de rechten van de adel en de vrije mannen goed geregeld. Delen zijn nog steeds van kracht. Misschien dat daarom de drie zwervers die een opblaastent hebben neergezet bij de fontein aan de achterkant van het paleis daar gewoon mogen kamperen.

Nu vouwt het dorp Windsor zich om de zijkant van het paleis heen en probeert met winkeltjes en terrasjes een graantje mee te pikken van de toeristen. Ik hoop dat het lukt, de inwoners zijn erg vriendelijk en hebben het zo te zien niet allemaal breed. Elisabeth is er nog niet, waarschijnlijk zit ze ook vast in het verkeer. Als haar puzzelboekje vol is, begint ze het ongetwijfeld zat te worden en laat ze haar chauffeur bellen voor een van de koninklijke drones om haar op te pikken. 

‘Send the one in war paint, love’, breidt ze haar instructie uit in een poging haar vervoer te maskeren. De tabloids staan nog steeds vol met negatieve columns over het vlieggedrag van Harry en Meghan. 

Het lukt ons de sleutel uit de safety deposit te halen, de deur te openen en de steile trappen met alle bagage op te klimmen in het huis aan de Finchley road. De sleutel blijkt op studio acht te passen en niet op negen. Mijn telefoongesprek met de eigenares van Indiase afkomst is nogal verwarrend, ze praat onverstaanbaar, maar wel heel hard. B hoort haar schreeuwen aan de andere kant van de hal en klopt aan. De deur schiet direct open, we zien een kleine, pittige dame in een klein handdoekje met lange druipende haren. B had gelijk, live verloopt het gesprek sneller. We installeren ons in studio acht en bereiden ons voor op een haalbare vrijdagavond in Hampstead.

Op drie minuten lopen ligt het huis waar Freud zijn laatste levensjaar heeft doorgebracht nadat hij in 1938 was gevlucht voor de nazi’s. Zijn dochter Anna die de psycho-analyse voor kinderen heeft ontwikkeld, is hier tot haar dood in 1982 blijven wonen en praktiseren. Het huis is een museum, maar het is nu allang dicht, we moeten tevreden zijn met de stemmig verlichte buitenkant. Het huis oogt zo Engels met de roze baksteentjes en de rozentuin, toch lijkt het me goed te passen bij een Oostenrijkse therapeut van joodse afkomst.

We wandelen verder heuvelopwaarts, passeren het huis van Keats en eindigen bij ‘The Garden Gate’, een levendige kroeg met biertuin, vrijwel uitsluitend bevolkt door vrolijke vrouwen. Ze drinken Pimm’s met limonade, we doen een paar keer mee. Lekker, maar wel snel op. 

South Downs

Voor een Engelse wandeling hoeven we alleen de straat uit te lopen en het hekje naar de weilanden openen. Voor ons strekt het landschap van South Downs zich uit over groene grasheuvels met wilde weidebloemen afgewisseld met bomen en bossages. Het leefgebied van witte schapen met zwarte koppen. 

Ik ben nog niet zoveel schapen tegen gekomen in mijn leven, maar bij alle ontmoetingen dachten ze dat ik eten kwam brengen. Deze Engelse schapen zijn anders, ze vertrouwen ons niet. Ze lopen weg als we dichter komen dan een meter of tien. Niet hard galopperend, meer met een sukkeldrafje, maar de boodschap is duidelijk: ‘tot hier en niet verder’. We ontdekken dat het verandert als we plat op de grond liggen, dan komen ze juist onze kant uit. De meest nieuwsgierige voorop, de andere er vlak achteraan. Op anderhalve meter houden ze stil. Jammer, ik had wel even willen voelen aan een Engels schaap. 

Hoe zouden de Britten het aanpakken als ze de wol willen hebben? Deze schapen zijn bijna allemaal geschoren. Gebruiken ze netten, lokvoer, verdoofpijlen, lasso’s, panfluiten? Wij laten ze in ieder geval met rust en lopen verder de Downs in. Na een paar keer stijgen en dalen zien we niets meer dat op menselijk leven duidt. Nog een paar heuvels verder merk ik dat het wandelen me veel gemakkelijker afgaat dan ik van te voren dacht. Ik denk aan de mensen die ik ken die de Coast to Coast hebben gelopen of de San Diego de Compostella. Ik hoorde hun verhalen aan, vond het mooi, maar had zelf nooit enige aanvechting ze na te doen. Dat gezeul met zo’n zware rugzak, de troosteloze eindeloosheid van de paden, het verkeerde gezelschap waar je dagenlang op aangewezen bent, het slaaptekort, de blaren. Blij dat ik niet mee hoef, dacht ik in stilte. 

Maar net als mijn Brexiteermoment van gister, word ik vandaag alweer overvallen door een snappertje. Dat begon zo. Dochter B nam een holletje heuvelafwaarts, ze ging steeds harder en produceerde hoge geluiden. Ik deed haar na en ontdekte al snel dat je niet kunt stoppen als je eenmaal bent begonnen. Je gaat domweg te snel en moet dus blijven hollen tot je helemaal beneden bent. In pogingen zoveel mogelijk vaart uit de hol te krijgen, houd ik rug en knieën gestrekt. Dat voelt raar en ziet er niet uit. Het hoge geluid komt uit de keel, wordt veroorzaakt door lachangst. 

Nu wil ik het opeens zelf ook, de Coast to Coast lopen en dat ga ik ook zeker doen. Maar niet vandaag, want we hebben al kaartjes gekocht voor de Royal Pavilion in Brighton. Daarom draaien we ons om en lopen weer terug naar Woodingdean voor bus tweeëntwintig.
De buitenkant van het Pavilion hebben we gister al vele malen gezien, de Indiase torens, bogen en koepels piepen steeds tussen de doorkijkjes in de Lanes. Koning Georg IV heeft het in 1815 laten ombouwen tot buitenpaleis. Nu we binnen zijn, blijkt het helemaal ingericht met uitbundige Chinese kunstvoorwerpen waar we niets van mogen vastleggen. George en ook zijn opvolger William IV hebben er maar kort van kunnen genieten en de volgende troonopvolgster, nicht Victoria, was er niet gelukkig. Ze voelde zich met haar kinderen (negen stuks!) teveel openbaar kunstbezit en ze vond het vervelend dat ze de zee wel kon horen, maar niet kon zien. In 1851 wilde ze de grond verkopen en zou het paleis vernietigd worden, maar daar hebben de inwoners van Brighton een stokje voor gestoken. Misschien met het eerste crowd funding project ter wereld is het paleis gekocht voor de stad.

Als we door de eetzaal lopen met de imposante kroonluchters, zijn er net studenten een paar pond aan het verdienen met het oppoetsen van het tafelzilver. Met hun roze en blauwe haren en hun kistjes aan maken ze het me moeilijk me de 1.52 meter hoge Queen Vic voor te stellen die met bungelende beentjes lekker zit te schransen van de gevulde patrijs. 

Victoria hield van stevig dooreten. Een beetje ontspannen converseren tijdens het diner was er niet bij. Haar personeel wat goed gedrild om de volgende gang op te dienen zodra de queen haar bord leeg had. Ook bij haar gasten werden de borden weggegrist, of er nou nog wat op lag of niet.

De koningin had het natuurlijk reuzedruk, met al die kinderen en met prins Albert waar ze zo verliefd op was. Haar vijfenveertigduizend pagina’s tellende dagboekschrijfsels gaan veelal over het zoenen met haar veel te vroeg overleden echtgenoot. 

Queen Vic verkleedde zich achter een gordijn op het strand als ze in zee wilde zwemmen, want daar had ze lol in. Wij gaan dat ook maar eens proberen, maar het water blijkt naar koud en er staat veel wind. Ik ga liever schelpjes zoeken, witte met een bruin vlekje, allemaal aan dezelfde kant. Heerlijk om te sorteren op grootte en kleurnuance. Ik neem er een heleboel mee voor thuis. 

We slenteren terug naar de stad en zien dezelfde tarotlezers als die we gisteren zagen. Ze zijn hard aan het werk, toekomst voorspellen is booming in Brighton. De klanten staan netjes in de rij te wachten tot ze aan de beurt zijn om vragen te stellen aan hun favoriete clairvoyante dame in sterrenjurk. Welke vragen worden het meest gesteld? Dat laat zich raden.